Het huis van Thorbecke staat nog fier overeind. Hoewel er vele plannen zijn geweest voor ingrijpende renovaties is de structuur van ons staatsbestel nog grotendeels in tact gebleven. Het is op zich dan ook al bijzonder dat de architect van ons staatsbestel een staatsinrichting heeft opgetuigd, die tot op de dag van vandaag nog in al zijn facetten functioneert. Natuurlijk zijn er veranderingen en die zullen er ook blijven komen. Al vele jaren loop ik rond in dit degelijke bestuurlijke bouwwerk en ben vanuit verschillende invalshoeken werkzaam geweest in dit staatsbestel. Bij de centrale overheid nauw betrokken geweest bij het landelijke huurbeleid en huurgeschillenbeleid en in de jaren tachtig menig staatssecretaris bijgestaan in de jaarlijkse lastige debatten over huurbeleid en huurverhoging. In de negentiger jaren vooral de facilitaire kant van de organisatie inhoudt gegeven op rijksniveau bij een departement en daarmee van de lijn naar de staf overgestapt. Op directieniveau de piofah-taken iso gecertificeerd en daarmee was het de eerste rijksdienst, die dat label kreeg. Bedrijfsmatig denken en werken bij de overheid was in opkomst en voldoen aan de iso-norm was daarvan een zichtbaar bewijs.
Als bestuurskundige fascineert de overheid mij en ik kon het dan ook niet laten de overstap naar de lokale democratie en het lokaal bestuur te maken. Dicht bij de burgers hoort de overheid te staan en met de uitwerking van de gemeente als eerste overheid krijgt het ook langzaam vorm. Zag Thorbecke de drie bestuurslagen gemeente, provincie en rijk als gescheiden bestuurslagen met een grote mate van autonomie, in de werkelijkheid van alle dag is daar niets van over. Medebewind is nu de hoofdmoot van het bestaansrecht van provincie en gemeente. In die wereld kijk ik ruim 15 jaar rond  vanuit een rol als gemeentesecretaris, griffier van de gemeenteraad of directeur rekenkamer.
Ook als onderzoeker laat ik mijn licht schijnen op de vele aspecten van het lokaal bestuur.
Veel bestuurders, maar ook ambtenaren en inwoners, organisaties en bedrijven heb ik geadviseerd over hoe het spel van de democratie gespeeld wordt en kan worden. En dat alles vanuit de gedachte dat het ‘Huis van Thorbecke’ er nog staat, maar wel met zijn tijd is meegegaan. De wijze van invulling, gebruik en uitvoering zijn daarbij aangepast aan het tijdsgewricht. Het ‘Huis van Thorbecke’ is nog steeds een broeiplaats van renovatie, innovatie en organisatie van dat wat Thorbecke met staatsbestel en staatsinrichting heeft beoogd, dynamiek en ontwikkeling. Dát maakt het Staatshuys tot de plek, die zij behoort te zijn.
Bert Schouten.