“Wij leven niet in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperk”

Deze uitspraak van Damaris Matthijsen treft mij omdat het een urgentie uitdrukt die ik ook vaak voel.
Wij leven in een overvolle en overgereguleerde samenleving waarin we de aarde en de mensen steeds verder uitputten. Het is niet mijn waarneming dat overheden in staat zijn dat tij te keren. En toch moet het drastisch anders.
Wij kunnen niet meteen de hele wereld veranderen, maar wij kunnen wel ons steentje bijdragen. Te beginnen bij jezelf, bij je directe omgeving (buurt, wijk, vereniging), bij de organisatie waar je bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt, bij de gemeente waar je politiek of bestuurlijk actief bent.

“Zie de burger als producent van zijn eigen leefomgeving en niet als consument van de overheid”

Dit adagium van opbouwwerker Joop Hofman is voor mij heel belangrijk geweest bij de ontwikkeling  van de Deventer Wijkaanpak, destijds een voorbeeld hoe burgers hun eigen leefomgeving aanpakten. Maar het is daarna een leidraad voor mij gebleven bij mijn bestuurlijk handelen als wethouder van Deventer en van Zwolle en ook als bestuurder van maatschappelijke organisaties. Want bij leden, burgers, vrijwilligers zit gezamenlijk zoveel kennis en kracht om vitaliteit te geven aan een organisatie en een samenleving.
Beide uitspraken zetten voor mij de burger en de overheid in het juiste perspectief. Vertrouwen in de kracht van burgers om heel veel zaken samen te regelen en een overheid die omstandigheden schept waarmee de burger met alle energie en creativiteit aan de slag kan. Dat is een overheid die ruimte biedt voor ondernemende ambtenaren en burgers, dat is een actieve overheid, dat is een overheid die zijn energie richt op het strategisch beleid en zijn verbindende rol, dat is een overheid die de  uitvoering graag overlaat aan vakbekwame organisaties, kortom dat is een overheid die zich goed bewust is van zijn eigen grenzen.
Kan het Staatshuys daaraan bijdragen? Zeker, want het vergt veel denkkracht en training om die ruimte biedende overheid van de grond te krijgen. En dat kan niet alleen met de huidige generatie bestuurders, politici en ambtenaren. Niemand kan zichzelf opnieuw uitvinden. Het vraagt dus ook om een nieuwe generatie verantwoordelijken die leiding kan geven aan een anders geïnspireerde samenleving, een generatie die daarbij zijn authenticiteit weet te behouden. Het Staatshuys kan, geïnspireerd door een eigenzinnige Thorbecke daar een prima broedplaats voor zijn.

Martin Knol