Tijdens het laatste politieke debat bij Jeroen Pauw was er een politiek lichtpuntje te ontwaren.

Je hoort niet vaak in een debat dat de overheid nu eens in het eigen vlees moet snijden, oftewel dat de overheid minder voor zich zelf wil uitgeven. Alexander Pechtold komt in het debat met de suggestie om nu eens vooral de uitgaven van de eigen overheid sterk te verminderen. De coalitiepartijen vallen over hem heen. Nog los even van de hoogte van de financiële besparingen, vind ik het van moed getuigen om een dergelijk voorstel te doen. En of het haalbaar is? Zeker wel. Kom ik op terug.

Met name de reactie van Samsom getuigt van een weinig kritische houding over de eigen overheidsorganisatie. Hij ziet nog mogelijkheden om te besparen op puntenslijpers en dergelijke. Maar of je daar nu de miljarden mee haalt die Pechtold voor ogen staat; daar gelooft Samsom absoluut niet in. Dat ben ik overigens wel met hem eens. Alleen heb ik daar wel heel andere redenen voor.

De overheid loopt weliswaar altijd iets achter bij de samenleving, maar nou ook weer niet zover dat de overheid nog met kroontjespennen, potloden, gummetjes en puntenslijpers werken. Wellicht dat Samsom zelf ook iets overdrijft om zijn punt te maken (al dan niet met puntenslijper), maar de gedachte dat er in functioneren van de overheid geen mogelijkheden zijn om meer dan honderden miljoenen te besparen (overigens vind ik dat nog steeds de moeite waard), deel ik geenszins.

Pechtold heeft echt een heel goed punt. Maar dat vergt wel een grote omslag in het functioneren van de overheid. Mogelijkheden in het bestuurlijke deel, betreffen het samenvoegen van provincies (of opheffen), het uit de politiek halen van waterschappen, verdere herindelingen van gemeenten. Of dat wenselijk is, is een andere vraag. Maar in ieder geval zou eens serieus moeten worden geanalyseerd of de uit vorige eeuwen overgeleverde bestuurlijk fragmentatie niet een spreekwoordelijke puntenslijper is.

De grootste mogelijkheden zitten echt in de organisatie van de overheid. Toch maar weer even terug naar het gedachtegoed van Thorbecke. Ja, ja, ook een ander tijdperk, maar de basisgedachte is nog altijd prima bruikbaar. Overheid en samenleving zijn twee gescheiden systemen in de gedachte van Thorbecke. De samenleving ontwikkelt zich organisch. De overheid heeft dat te faciliteren. Dat impliceert dat de overheid per definitie achterloopt op de ontwikkelingen in de samenleving. Dat is geen verwijt, maar gelet op de besluitvormingsprocedures, uniformiteitsbeginsel etc. kan de overheid de samenleving nu eenmaal niet bijhouden.

De overheid zou nu eens de samenleving kunnen gebruiken als contractpartner in de uitvoering van overheidstaken, in plaats van alles zelf te willen doen. Uitvoerbaar beleid formuleren, juiste partners betrekken, monitoren en vooral gezamenlijke de verantwoording nemen voor het resultaat. Dan wordt de uitvoering op korte termijn in overeenstemming gebracht met de meest efficiënte en effectieve manier die past in deze tijd (voor de helderheid: het heeft absoluut NIETS te maken met het arbeidsethos bij de overheid, daar is namelijk niets meer mis mee in vergelijking met het arbeidsethos in de samenleving). Het vraagt vooral een andere verhouding tussen overheid en samenleving, maar het vergroot het draagvlak voor de uitvoering enorm, bespaart miljarden op die zelfde uitvoering en zorgt ervoor dat de overheid gaat doen waarvoor ze zijn: besturen, handhaven/toezicht en regie voeren op de uitvoering. En ten aanzien van de uitvoering: de overheid is op zoveel fronten actief dat alles voor de overheid bijzaak is en al die bijzaken samen vormen de hoofdzaak. Contractpartners in de samenleving focussen op een onderdeel van de totale uitvoering. Dat houdt dus in dat de bijzaak van de overheid de hoofdzaak van een contractpartner is.

Meer weten: www.staatshuys.nl. We hebben genoeg voorbeelden dat een andere manier van samenwerken tussen overheid en samenleving veel oplevert.

Ben Keizers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *