Beter goede herindeling dan meer samenwerkingsverbanden

Nee, dat betekent niet dat provincies vol moeten aansturen op gemeentelijke herindelingen. Provincies moeten duidelijk beleid hebben over de bestuurskracht van Nederlandse gemeenten én dat durven uit te spreken. Gemeenten staan steeds meer onder druk door de (inmiddels veel besproken) decentralisaties, bezuinigingen en de roep om een kleinere overheid. Daardoor staat de bestuurskracht van de gemeente onder druk.

Provincies zullen de visie over gemeentelijke herindelingen duidelijker kenbaar moeten maken en moeten beargumenteren, aldus Marije Ploeg. Zij deed, in opdracht van de provincie Gelderland, onderzoek naar de processen omtrent de gemeentelijke herindeling van Millingen aan de Rijn, Groesbeek en Ubbergen. Met daarin veel aandacht voor de rol die de provincie heeft gespeeld en welke rol zij in de toekomst zou moeten spelen.

Een van de kerntaken van provincies (welke niet altijd bekend is) is het waarborgen van de kwaliteit van het openbaar bestuur. Belangrijk onderdeel daarvan is de bestuurskracht van de gemeente. En deze bestuurskracht staat onder druk door o.a. de decentralisaties. Steeds meer (gemeentelijke) taken worden uitgevoerd door samenwerkingsverbanden. Zo wordt getracht de werkzaamheden zo goed mogelijk uit te voeren tegen zo laag mogelijke kosten. Maar daardoor komen de taken wel verder weg te staan van de gemeente: van de gemeentelijke invloed en van de democratische controle. De bestuurskracht van de gemeente staat onder druk.

Het is dus de plicht van de provincie om daarin stappen te ondernemen. Zij zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het openbaar bestuur die nu onder druk staat. Provincies zullen zich dus nadrukkelijker moeten uitspreken over de ontwikkelingen bij gemeenten en de invloed die dat heeft op de bestuurskracht. Samenwerkingsverbanden zijn een manier om die bestuurskracht van gemeenten te ondersteunen, maar of dat de kwaliteit van het openbaar bestuur ook ten goede komt valt te betwijfelen.

Gemeentelijke herindelingen zijn een andere mogelijkheid om de bestuurskracht en de kwaliteit van het openbaar bestuur op peil te houden of te versterken. Voordeel daarbij is dat de democratische controle en invloed veel groter is dan bij samenwerkingsverbanden. Daarnaast sluit dat veel beter aan bij het stelsel van het openbaar bestuur zoals dat ooit door Thorbecke is vormgegeven. Maar een gemeentelijke herindeling blijft een (bijna) onbespreekbaar onderwerp voor gemeenten. Men wil de eigen autonomie behouden, terwijl deze juist door de samenwerkingsverbanden ongemerkt al langzamerhand verdwijnt.

De gemeentelijke identiteit is daarbij een veel gebruikt argument tegen gemeentelijke herindelingen. Maar is het vaak niet meer de lokale identiteit? Een gemeente bestaat tegenwoordig al uit meerdere kernen, met een eigen lokale identiteit, dus wat is de unieke gemeentelijke identiteit?
Met samenwerkingsverbanden verdwijnt al een stukje van die identiteit, is er sprake van verminderde democratische controle en verminderde autonomie. Gemeenten kunnen beter af zijn met een gemeentelijke herindelingen, voornamelijk wanneer er sprake is van een fusie met gelijkwaardige gemeenten. Dus niet als kleine plattelandsgemeente met een grote stad samen gaan, maar met een soortgelijke buurgemeente. Daarin kan de provincie ook een rol spelen. Zij zouden de bestuurskracht continue aan de kaak kunnen stellen en daarbij functioneren als matchmaker tussen gemeenten, zoals Marije Ploeg treffend verwoordde in haar rapport.

Provincies zullen beleid moeten hebben en zich moeten uitspreken omtrent de bestuurskracht van individuele gemeenten, maar ook van gemeenten in een regio en de rol van samenwerkingsverbanden. Alles met het oog op de kwaliteit van het openbaar bestuur, want uiteindelijk zijn de inwoners van de gemeenten daar bij gebaat. Maar in het stelsel zoals Thorbecke dat opstelde zijn provincies en gemeenten autonome bestuursorganen, waarbij de provincies de gemeente controleren. Door die autonome positie van gemeenten is het voor provincies (politiek) gevoelig om daar stelling over in te nemen, helemaal doordat gemeentelijke politieke partijen vaak nauwe banden onderhouden met hun partijgenoten in de provincies. En die gemeentelijke politieke partijen willen vaak absoluut niet denken aan een herindeling.

Het is ook moeilijk voor de provincies om zich nadrukkelijk uit te spreken over gemeentelijke herindelingen, omdat zij zelf onder druk staan in de discussie over de zgn. superprovincies. Dat vraagt om politieke moed om als provincie toch een duidelijk standpunt daarover in te nemen. Provincies zouden die moed moeten tonen en beleid moeten hebben over de versterking van de kwaliteit van het openbaar bestuur en de stappen die daarvoor genomen zouden moeten worden. Daarbij moeten zij ook een standpunt durven in te nemen over het H-woord: de gemeentelijke herindeling. En over de banden en wensen van de gemeentelijke partijen heen durven te kijken en te stappen. De provinciale bestuurders en statenleden zullen daarbij veel meer oog moeten hebben voor de kwaliteit van het openbaar bestuur en minder voor de gevoelens die spelen tegen gemeentelijke herindelingen.

Marten ten Kleij – Ambassadeur Staatshuys

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *