De verschillende plannen en initiatieven van minister Plasterk zullen niet de gewenste vernieuwingen in het binnenlands bestuur opleveren.

Het wijzigen van aanstellingswijze van de burgemeester heeft invloed op het gehele lokale bestuur. Het kan niet los worden gezien van de positie van de burgemeester in het gemeentelijk bestel. Dat is de strekking van de notitie ‘Aanstellingswijze en positie burgemeester’ die minister Plasterk onlangs naar de tweede kamer stuurde. De notitie is een verkenning vooruitlopend op de (mogelijke) discussie over de aanstellingswijze van de burgemeester. Het is opgesteld naar aanleiding van het initiatiefvoorstel van D66 om de benoeming van de burgemeester uit de grondwet te halen, dat eind april door de eerste kamer werd goedgekeurd.

Plasterk geeft terecht aan dat de discussie over de aanstellingswijze van de burgemeester breder gevoerd moet worden. De discussie zal voornamelijk moeten gaan over de positie van de burgemeester in het gemeentelijke bestel, de aanstellingswijze moet daar bij passen. De discussie wordt nu vaak andersom gevoerd. De aanstellingswijze van de burgemeester is een van de vele discussies die momenteel gevoerd worden over de invulling van het (lokale) openbaar bestuur in Nederland. Er zijn veel thema’s rond de inrichting van het openbaar bestuur die los van elkaar besproken en onderzocht worden. Veel van deze discussies vinden de oorsprong in de roep naar het efficiënter en effectiever organiseren van het openbaar bestuur.

Dat heeft er onder meer in geresulteerd dat de laatst jaren steeds vaker taken zijn overgeheveld van het rijk (en provincies) naar gemeenten, met de 3D’s als jongste voorbeeld. Dit betreft vaak complexe taken die niet individueel door gemeenten kunnen worden opgepakt, waardoor een verscheidenheid aan samenwerkingsverbanden is ontstaan. Groot knelpunt bij de samenwerkingsverbanden is de democratische legitimiteit. Dat werd begin april weer eens duidelijk toen de gemeenteraad van Zwijndrecht unaniem een motie aannam voor het niet innen van de ouderbijdrage in de jeugdzorg. De gemeenschappelijke regeling besloot om de ouderbijdrage toch te innen en overrulede zo de gemeenteraad en het college. De steeds meer en verdergaande vormen van samenwerking vragen om een andere inrichting van het bestuurlijke bestel, zodat de democratische legitimiteit geborgd is en de complexe taken decentraal uitgevoerd kunnen worden.

Minister Plasterk probeerde tegemoet te komen aan deze ontwikkelingen met onder meer het initiatief voor de zgn. ‘superprovincies’. Maar deze eerste stap voor vernieuwing in het binnenlands bestuur werd vrijwel direct afgeschoten. Dat is niet het enige plan of onderwerp dat wordt bediscussieerd of onderzocht. Zo doet momenteel een staatscommissie onderzoek naar de toekomst van de eerste en tweede kamer. Bij de hervormingsplannen van de belastingen bekijkt het kabinet of gemeenten mogelijkheden kunnen krijgen om zelf meer belasting te heffen, wat grote invloed zal hebben op de financiën van gemeenten. Daarnaast is er al jaren een roep om opschaling van gemeenten naar grotere regiogemeenten. Allemaal ontwikkelingen die los van elkaar onderzocht of bediscussieerd worden, terwijl ze sterk in elkaar grijpen. De notitie van Plasterk van afgelopen vrijdag geeft aan dat één enkel onderwerp invloed heeft op het gehele lokale bestuur. Daarom moet een integraal plan worden opgesteld over de invulling van het openbaar bestuur, waarin alle thema’s in samenhang worden meegenomen.

Het afgeschoten plan van de superprovincie toont aan hoe moeilijk het is om de (broodnodige) vernieuwing in het openbaar bestuur door te voeren. Iets dat Plasterk zelf onderkende en mooi treffend verwoorde: “Het is in NL makkelijker de wet van de zwaartekracht te veranderen dan een wet te veranderen in het openbaar bestuur.” De verschillende bestuurslagen en het versnipperde politieke landschap in Den Haag zorgen ervoor dat integrale vernieuwing bijna onmogelijk is. Onze zuiderburen kunnen als voorbeeld dienen. In België werd in januari 2014 de zesde staatshervorming bekrachtigd, dat voorziet in de hervorming van het staatsbestel. Minister Plasterk probeert hier vernieuwingen door te voeren, maar door het politieke speelveld zal dat (waarschijnlijk) onvoldoende van de grond komen. Het opstellen van een integraal plan voor de eerste (!) grote Nederlandse staatshervorming moet door iemand worden aangejaagd die (zoveel mogelijk) buiten de versnipperde politiek kan opereren. Het is wachten tot de nieuwe Thorbecke opstaat.

Marten ten Kleij

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *