Binnenkort zijn de verkiezingen van provinciale staten. En we merken er eindelijk iets van. Wat nu duidelijk is geworden, is dat de provincies bulken van het geld. Dat is prettig, want dat moeten we dan nu maar eens gaan uitgeven. Het gaat over miljarden. En het Rijk zou het Rijk niet zijn als we wat ‘goede’ doelen weten om daarop te investeren.
Pechtold opent de dans en doet een paar voorstellen. Misschien helemaal niet verkeerd, maar de vraag is of hij die voorstellen wel moet doen. De provinciale bestuurders vinden dat Pechtold zijn mond moet houden: ze zijn zelf goed bezig. Hoewel ik het niet direct kan staven, geloof ik het direct. Punt is wel dat ze de enige bestuurslaag zijn (tenminste als we van de oorspronkelijke drie bestuurslagen uitgaan) die geld hebben.

Even terug naar Thorbecke….. De samenleving ontwikkelt zich organisch en de overheid heeft dat proces te faciliteren (kort door de bocht). En dat op drie niveaus, te weten Rijk, Provincie en Gemeente. Wat Pechtold doet is in feite dát doorbreken. En terecht gaat de provincie zich op de eigen autonomie beroepen.

Wat echter stuitend is, is dat de rijksoverheid geld tekort komt en de gemeenten hetzelfde overkomt. Alleen de provincies hebben geld ‘zat’. Daar komt bij dat de meeste inwoners van Nederland in ruim onvoldoende mate weten waar de provincie voor staat. Al die miljarden die bij de provincies in de kas zitten zijn door de samenleving opgehoest. Als Pechtold dat wil zeggen met zijn plan om het uit te geven, heeft hij een punt. En juist omdat het verkiezingstijd is komt hij met leuke en waarschijnlijk goede plannen. Zien we als samenleving de overheid als een eigen systeem, dan is dat natuurlijk onwerkelijk te noemen. We moeten met zijn allen fors bezuinigen, maar gelijktijdig gaan we een hoop extra geld uitgeven aan ‘goede’ doelen.

Dat zou nu toch eens afgelopen moeten zijn. Thorbecke 2.0 kan misschien een antwoord zijn op deze rare kronkel. De verhouding overheid/samenleving moet op de kop. Nou ja, op onderdelen terug naar de gedachte van Thorbecke, maar dan passend in deze tijd. Rijk, Provincie, Gemeenten, maar ook Hoogheemraadschappen, Waterschappen en niet te vergeten allerlei Gemeenschappelijke Regelingen. Het wordt tijd dat we deze versnipperde overheidsstructuur van ver voor de digitalisering eens door een doelmatigheidszeef halen. En als dat ten koste zal gaan van een of meerdere bestuurslagen, dan is dat maar zo. Even goed nadenken op welke wijze vorm kan worden gegeven aan de verhouding tussen de overblijvende bestuurslagen en dan zijn we direct ook van gedrochten als gemeenschappelijke regelingen verlost. Ik heb zo maar een idee dat dat echt een besparing is.

Ben Keizers

  1. Bert Schouten says:

    Je snijdt een boeiend thema aan. Thorbecke had bij de opzet een ander wereldbeeld dan we nu hebben. In zijn tijd was de staat een sterk naar binnen gerichte entiteit en waren Europa en de rest van de wereld geen primaire aandachtsvelden. Tegenwoordig leven we in Europa als en het voelt als een deelstaat (provincie) van de wereld. Terecht dat in dit wereldbeeld de staat(rijksoverheid) en dan de gemeente (lokale overheid) de bepalende bestuurslagen zijn geworden. De staat op Europa gericht en de gemeente gericht op de bewoners van de staat. In dat hedendaagse bestuurslagenbeeld past m.i. de provincie niet meer. De Thorbecke 2.0. zou het zo maar bedacht kunnen hebben. Ja en die vele financiele middelen. De provincie weet niet hoe ze het uit moeten geven. Wie de organisatie van binnen uit kent zal het er mee eens zijn. Daarom wordt het tijd dat we de provincie en de waterschappen niet langer als zelfstandige bestuurslagen in ons staatsbestel in stand houden. De financiele middelen zouden de gemeenten geweldig kunnen helpen bij hun sociaal maatschappelijke taken. Ook de rijksoverheid zou daarmee veel positieve bijdragen aan de maatschappelijke en economische ontwikkelingen kunnen bijdragen. Kortom het zou goed zijn de provincie passe. En de Eerste Kamer? Die kan gewoon blijven bestaan. Hoe gekozen? Een vorm van districten verkiezingen zou een optie kunnen zijn. De veiligheidsregio zouden daarbij een hanteerbaar kiesdistrict kunnen zijn.

  2. Ik ben het roerend eens met Bert Schouten.
    Zowel zijn analyse als zijn conclusie met betrekking tot de provincies zijn me uit het hart gegrepen. Voor wat betreft de waterschappen heb ik een afwijkende mening. Mijns inziens hebben de waterschappen een zodanig unieke taak in de waterketen dat dit instandhouding van die instituten rechtvaardigt. Zowel het kwantiteits- als het kwaliteitsbeheer en de waterveiligheid zijn bij hen in goede handen. Het ligt niet in de rede deze taken naar rijks- of gemeentelijk niveau over te hevelen. Wel heb ik ernstige bedenkingen bij het democratisch gehalte van de waterschappen. Hoewel de verkiezingen rechtstreeks zijn is de verdeling van de zetels niet in alle opzichten direct, vanwege de zogenaamde geborgde zetels. Ook wordt er nauwelijks moeite gedaan om de relatie naar de belanghebbende burgers te verbeteren. Wist u dat er op 18 maart ook verkiezingen zijn voor de besturen van de waterschappen? En weet u wat u als belanghebbende burger van uw waterschap mag verwachten? Het wordt de hoogste tijd dat de waterschappen zich meer gaan richten naar alle ingezetenen en niet uitsluitend naar hun historische agrarische achterban

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *