Alle gemeenten zijn bezig zijn met de grote decentralisaties (in overheidstermen: de drie decentralisaties). De achterliggende gedachte is, zo wordt het tenminste gemotiveerd, dat de gemeenten dichter bij de samenleving staan en zij de zorg een stuk beter kunnen inrichten dan de rijksoverheid en gedeeltelijk de provinciale overheid. Dan kan er ook een grote korting worden toegepast want dat verschil kan de gemeente wel goedmaken. Op zich misschien logisch. Als ik met bestuurders van gemeenten praat hoor ik toch wel de moeite die zij hebben om een dermate grote verandering door te voeren. Het gaat per slot van rekening om grote bedragen en daar zijn gemeenten (en vooral de kleinere) niet op ingericht. Wat gaat zo’n gemeente dan ook doen: samenwerking zoeken. En laat dat nou net de bedoeling zijn van de rijksoverheid. De rijksoverheid gaat aantonen dat kleine gemeenten geen bestaansrecht hebben (is dat een verborgen agenda of verzin ik dit ter plekke?). Oh ja, en gemeenten zijn zelfs verplicht om samen te werken. Grappig als je beseft dat bijvoorbeeld de jeugdzorg die door de provincie werd/wordt uitgevoerd eigenlijk een samenwerking is van de gemeenten in de provincie. Lukt het dus niet om een herindeling via 100.000 plus gemeenten te bewerkstelligen (wie wilde dat ook al weer), dan gaat het wel langs een andere weg. Zou dat dan de overweging zijn voor de drie decentralisaties? Als je samenleving en overheid als twee gescheiden systemen ziet, denk ik dat dát juist de achterliggende gedachte is.

Maar goed, de decentralisaties gaan gewoon door. Formeel is 1 januari 2015 een belangrijke datum. Staatssecretaris Van Rijn gaat nu langs alle gemeenten om ze gerust te stellen dat het allemaal goed komt en in de troonrede van dit jaar zijn enkele geruststellende passages opgenomen dat wanneer het niet helemaal goed zou gaan er toch nog een potje is gereserveerd. Wat dus heel goed is om te doen is de beschikbare budgetten op een zodanige manier te alloceren (zo noemen ze dat in overheidstermen) dat het begrotingstechnisch helemaal uitkomt. Of dat in werkelijkheid ook zo is, is nu nog niet relevant. Dat zien we wel in de voorjaarsrapportages. Het gaat er nu vooral om dat we ons eigen overheidsstraatje schoon hebben. Kijken we ook nog of de contracten met de zorgaanbieders rond zijn dan voldoen we volledig aan de eisen van de overheid.

Nu geloof ik ook nog wel dat de gedachte is dat het voor de zorgvragers (en dat is dan weer de samenleving) wellicht lastig of onmogelijk is, maar daar kunnen we nu even niets aan doen. Per slot van rekening hebben we minder te besteden en ons eigen gemeentelijke huishoudboekje moet wel op orde zijn.

Daar zit nu eigenlijk de grap. In de ogen van Thorbecke is de zorg ook in eerste aanleg het primaat van de samenleving. De overheid faciliteert. Nu hebben we de regels zo ingewikkeld gemaakt, dat de zorgvraag en afhandeling langs zoveel kanalen gaat, dat de niet zorg gerelateerde kosten explosief gestegen zijn. Dat moet anders kunnen.

Gesteld dat samenwerken tussen overheid en samenleving gebaseerd is op vertrouwen in elkaar. Dan zou het misschien nog niet gemakkelijk zijn. Er zou alleen wel een dialoog zijn tussen overheid en samenleving (bijvoorbeeld zorgaanbieders) waardoor mijn overtuiging is dat er veel meer tot stand komt, dan nu verondersteld wordt te zijn gerealiseerd op 1 januari 2015. Ik heb pijnlijke voorbeelden genoeg maar vind dat dit niet de plek is om dat te schrijven.

Hoe het anders zou kunnen? Daar wil ik graag mijn ideeën over delen. Maar dat is niet genoeg. Ik zoek mensen, instellingen en overheid die meedoen in echt een andere koers.

Ben Keizers

  1. Nou Ben, het is hier al een maand oorververdovend stil. Heb je al wat mensen gevonden die mee willen doen?

    Nee?

    Ik heb wel een vermoeden hoe dat komt. Dit zijn namelijk helemaal geen decentralisaties, maar bezuinigingen in combinatie met distributie (verdelen).

    En samenwerken (toch al een slecht idee) is dan niet zo populair want …. je weet nooit wat je weggeeft.

    Kortom, hoe ga je dat nu aanpakken?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *